Zelfportretten in dromen        
          Marc Couwenbergh        
   Foekje Detmar      "Ik was zelf lange tijd het beste model voor mijn foto's", zegt de Amsterdamse fotografe Foekje Detmar. En dat is geen ijdeltuiterij, maar een terechte conclusie. Haar foto's waarop ze zelf figureert zijn intrigeren meer dan die van vriendinnen of vrienden. Dwalend door haar werk zal een buitenstaander niet direct opmerken dat het vaak zelfportretten zijn. Detmar heeft een voorliefde om zichzelf te tonen als een persoon uit haar fantasie en dromen. Klassiek voorbeeld is haar eindexamenopdracht aan de kunstacademie: een metersgrote foto van blauw licht. Blauw dat moeiteloos de concurrentie aan kan met het intense blauwe pigment van de schilderijen van Yves Klein. Links ervan hangt een foto van een jongetje, of is het toch een meisje met kort geknipte haren en in een wit met blauw gestreept truitje dat dromerig voor zich uitstaart? Op het tafeltje ervoor souvenirs: een balpen uit Parijs en een standaard met een luchtpostbrief en een ansichtkaart waarop nog net blauwe golven zijn te zien. Het onderwerp van de dromerij hangt wat verder weg. De eveneens tot een enorme foto opgeblazen ansichtkaart met zeilende driemaster op volle zee. Door de enorme uitvergroting is het beeld van het schip vervaagd. Dat versterkt het karakter van een droombeeld. Het portret van het jongetje daarentegen is haarscherp. "Dat ben ik", vertelt Foekje Detmar. "Ik wilde altijd een jongetje zijn."        
                   
                   
                   
                   
       terug naar startpagina www.marccouwenbergh.nl    Meer beeldende kunst ...