| |
Foekje
Detmar |
|
 |
|
"Ik
was zelf lange tijd het beste model voor mijn foto's", zegt de
Amsterdamse fotografe Foekje Detmar. En dat is geen ijdeltuiterij,
maar een terechte conclusie. Haar foto's waarop ze zelf figureert
zijn intrigeren meer dan die van vriendinnen of vrienden. Dwalend
door haar werk zal een buitenstaander niet direct opmerken dat het
vaak zelfportretten zijn. Detmar heeft een voorliefde om zichzelf
te tonen als een persoon uit haar fantasie en dromen. Klassiek voorbeeld
is haar eindexamenopdracht aan de kunstacademie: een metersgrote foto
van blauw licht. Blauw dat moeiteloos de concurrentie aan kan met
het intense blauwe pigment van de schilderijen van Yves Klein. Links
ervan hangt een foto van een jongetje, of is het toch een meisje met
kort geknipte haren en in een wit met blauw gestreept truitje dat
dromerig voor zich uitstaart? Op het tafeltje ervoor souvenirs: een
balpen uit Parijs en een standaard met een luchtpostbrief en een ansichtkaart
waarop nog net blauwe golven zijn te zien. Het onderwerp van de dromerij
hangt wat verder weg. De eveneens tot een enorme foto opgeblazen ansichtkaart
met zeilende driemaster op volle zee. Door de enorme uitvergroting
is het beeld van het schip vervaagd. Dat versterkt het karakter van
een droombeeld. Het portret van het jongetje daarentegen is haarscherp.
"Dat ben ik", vertelt Foekje Detmar. "Ik wilde altijd
een jongetje zijn." |
|
|
|
|