Op zoek naar de oervrouw
           
   

'Schoven laden' van Leo Gestel, olieverf op doek, 1908
Stadsmuseum Woerden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Was Gestel linkshandig?

Op het zelfportret uit 1926 ontdekte conservator Florence de Graaf dat Leo Gestel zijn penseel in de linkerhand houdt. Was hij linkshandig, of paste het zo beter in de compositie? De Graaf: ,,Ik weet het niet. Er is een foto waarop hij in zijn linkerhand een sigaret houdt en in zijn rechter een pijp.”

 

Marc Couwenbergh

Schilderijen en tekeningen van Leo Gestel hebben lang de raadszaal in Woerden gesierd, maar moesten uiteindelijk plaatsmaken voor schilderijen van Ido Vunderink, een nog levende kunstenaar uit Woerden. ,,Ik begrijp dat wel”, zegt Florence de Graaf, conservator van het Stadsmuseum Woerden die de collectie beheert. ,,Het werk van Gestel is vaak donker en de raadszaal is ook niet de plek om het goed te bekijken. Bovendien zijn veel werken op papier, die ook niet te lang in het licht mogen hangen.” Dus verblijft het merendeel van de 45 werken de meeste tijd in het depot. Daarmee dreigt Woerden te vergeten dat het een unieke collectie heeft van zijn meest beroemde kunstenaar. Weliswaar bevinden veel topstukken van Gestel zich in andere musea en particuliere collecties. Maar deze tekeningen en schilderijen geven goed inzicht in de ontwikkelingen die Gestel als kunstenaar doormaakte. En dat waren er veel, want Gestel stond van begin af aan open voor de talrijke vernieuwingen die zich in de schilderkunst voltrokken in die tijd.
Het moet een hete zomerdag in 1908 zijn geweest toen hij 'Schoven laden' schilderde. Het felle zonlicht weerkaatst in de schoven hooi. In de schaduw van de boerenkar, waarop het hooi al hoog is opgeladen, steekt een man zijn volle hooivork omhoog. Zijn collega bovenop de wagen trekt het naar zich toe. In de tweede helft van de negentiende eeuw waren schilders zich gaan interesseren voor het eenvoudige leven van hard werken van boeren en vissers. Dertig jaar eerder had Vincent van Gogh al boeren in Brabant en Drenthe vereeuwigd. Wat nieuw is in dit schilderij van Gestel is de explosie van kleur, veroorzaakt door de talrijke vaak korte strepen verf van heel verschillende kleuren die Gestel naast elkaar zette. ,,Hij schilderde dit in het tegenlicht”, vertelt De Graaf. ,,Tussen 1908 en 1911 werkte Gestel in een luministische stijl. Zoals het woord aangeeft, gaat het daarbij om licht. Hij was een paar jaar eerder naar Parijs geweest en had daar het werk gezien van de Fauvisten. Die schilderden niet wat ze zagen, maar gaven er hun eigen interpretatie aan met felle kleuren en onconventionele composities.” In 1911 reisde Gestel opnieuw naar Parijs waar zijn leeftijdgenoten Pablo Picasso en George Braque ondertussen het kubisme hadden geïntroduceerd. Aan

 

 

 

 

 

het eind van dat jaar zag hij hun werk ook op een tentoonstelling in Amsterdam. In 1912 gaat Gestel met die revolutionaire ontwikkeling op eigen wijze aan de slag. Daarvan getuigt de grote houtskooltekening 'Landweg bij Bergen'. De Graaf: ,,Echt kubistisch is hoekig en het uiteenvallen van de vormen in fragmenten. Bij Gestel blijft het beeld herkenbaar. Er is veel diepte, terwijl het echte kubisme juist platte beelden toont. Gestel zal ook nooit helemaal abstract gaan werken. Hij blijft altijd voeling houden met de werkelijkheid.” De tentoonstelling, chronologisch gepresenteerd, laat zien hoe Gestel steeds weer zoekt naar andere manieren van verbeelding. Dat valt vooral op in zijn mensfiguren. Aanvankelijk zijn die gewoon naturalistisch, maar in de loop van de jaren abstraheert Gestel gezichten en lichamen steeds meer. Op 'Netten ophalen' dat hij schilderde in het Italiaanse vissersplaatsje Positano, zien we mannen bezig met hun netten. Ze staan groot in beeld, maar Gestel heeft hen nauwelijks uitgewerkt. De gezichten niet, hun kleding niet, maar ze staan daar: norse, noeste werkers. ,,Hij had een voorliefde voor het uitbeelden van boeren en vissers”, vertelt De Graaf. ,,Het ging hem niet om het individu, maar om een oertype.” Daarin gaat hij in de jaren dertig nog een stap verder. Hij tekent gezichten langgerekt, zonder een enkel individueel kenmerk, zodat ze even doen denken aan de beroemde beelden van Paaseiland. Aan zijn Woerdense vriend Jan Slagter die niets snapte van deze tekeningen schreef hij: 'het gaat om de beleving van het oerinstinctieve'. Gestel tekent in die jaren veel 'oervrouwen' als de 'Staande vrouw' uit 1932. Ze is mollig, haar hoofd rust op een schouder en haar gewaad is wit. De Graaf: ,,Zonder zinnelijke aantrekkingskracht en zonder individualiteit, maar het werk heeft een dromerige sfeer.” Dat Gestel niet altijd bezig was met zoeken en vernieuwen valt op te maken uit bijvoorbeeld de aquarel 'Woerden gezien vanuit een dakraam'. Dat uitzicht vanaf de de zolder van het ouderlijk huis zou hij met tussenpozen van jaren vaker tekenen of schilderen, precies zoals iedereen het ziet: de daken schots en scheef tegen elkaar met hoog daar bovenuit de Bonaventurakerk. De Graaf: ,,Artistiek gezien was Woerden niet belangrijk voor Leo Gestel. Wel in sociaal opzicht. Altijd is hij naar Woerden teruggekomen.”


Topstukken uit eigen collectie, Leo Gestel, kunstenaar uit Woerden, is te zien in Stadsmuseum Woerden tot en met 27 juni.
Meer info:
Stadsmuseumwoerden.nl

 

 
   
     terug naar startpagina www.marccouwenbergh.nl