| |
In
de jaren zeventig begon museumgoudA, toen nog geheten Museum het Catharina
Gasthuis, met het opbouwen van een collectie hedendaagse kunst. Toenmalig
directeur Josine de Bruyn Kops voerde daarbij een voorkeursbeleid
voor vrouwelijke kunstenaars, zodat nu driekwart van de hedendaagse
kunst in het Catharina afkomstig is van vrouwen. Inmiddels is de sekse
van de kunstenaar geen beleidsissue meer, maar kiest het museum vooral
voor kunst die verhaalt over wat er heden ten dage gebeurt. |
|
 |
|
Marjolijn
van den Assem is een van de eerste kunstenaressen waarvan meer dan
twintig jaar geleden werk werd aangekocht door het museumgoudA en
ze maakte deel uit van een kleine groep van vijf kunstenaars die
door het museum in hun ontwikkeling werden gevolgd. Tot voor kort
kocht het museum elk jaar een werk van Van den Assem en daardoor
beschikt dit museum over een unieke collectie. Het werk van Marjolijn
van den Assem is krachtig in al zijn bescheidenheid en tegelijkertijd
zacht en poëtisch. Zij laat zich niets gelegen liggen aan trends.
Haar recente werk is tekenachtig en schilderachtig. ,,Die samenwerking
is heel belangrijk’’, beaamt Van den Assem. Een van
de sleutelwerken in de collectie is een schilderij waarin ze een
ode brengt aan haar atelier: intense kleuren, suggesties van landschappen,
met daar overheen gezet snelle schetsen van voorwerpen uit haar
atelier, een stoel, ladenkasten en centraal in het schilderij het
bankje, dat vaker in haar werk voorkomt. Aan dit schilderij is goed
te zien hoe ze met het doek plat op de grond werkt. Van vier kanten
heeft ze er aan gewerkt. Zo lang als haar arm reikte, waardoor het
midden nauwelijks is beroerd. Daar staat alleen dat bankje. Een
bankje om uit te rusten, een plek om de wereld te aanschouwen. Stilte
en chaos blijken samen te kunnen gaan.
,,Ik teken seismografisch’’, zegt Van den Assem. Met
het papier of doek uitgespreid op de grond maakt ze wandelingen
in haar hoofd. Landschappen komen in haar op, bergen, de rivier
waaraan ze woont en ondertussen tekent en schildert haar hand. Een
werkwijze die wel wordt aangeduid als ‘Ecriture automatique’,
maar Marjolijn vindt dat niet kloppen. Ze is geen automaat, maar
een kunstenaar met ervaring. ,,Het is het vakmanschap van twintig,
dertig jaar tekenen en schilderen’’, benadrukt ze. ,,Ik
kan op mijn hand vertrouwen. Het schilderij maakt zichzelf’’.
Ze praat over dit schilderij als ‘dat gele’. Hoewel
groen en blauw meer op het doek vertegenwoordigd zijn, eist het
geel inderdaad een hoofdrol op. Het glanst in prachtige schakeringen.
,,Indian Yellow is mijn lievelingskleur’’, bekent Marjolijn.
Toch zijn het niet zozeer haar ogen die kleuren kiezen. Marjolijn
werkt veel zonder kwast om met haar vingers en handen de verf letterlijk
te voelen. ,,Ik kies kleuren op mijn gevoel’’. Ze wijst
op de twee lichte vlekken in het schilderij en doet voor hoe ze
met de muis van haar hand de verf met voorzichtige draaibeweging
op het doek heeft aangebracht en uitgesmeerd. ,,Strelen’’
noemt ze dat. Een werkwijze die ze reserveert voor mooie plekken.
,,Altijd is er mijn verlangen naar zulke plekken. Plekken met ontroering’’.
|
|
|
|
|