| |
|
|
 |
|
Op de geschilderde portretten van Mieke de Haan zwerft een groot
oog vrij over het vlak. Zelfs de met een dikke zwarte lijn aangegeven
contour van het gezicht, blijkt niet de uiteindelijke grens voor
het oog. In een ander portret van haar, geschilderd met een schraal
rood - alsof de huid doorzichtig is - vertakken zich lijnen als
de nerven van een blad. "Zenuwbanen, nerven, bloedvaten”,
zegt Mieke de Haan (1962. “Met de gezichten die ik schilder
wil ik de binnenwereld laten zien. Mij fascineert wat de mens maakt
tot wat hij is. Het gezicht is het eerste dat je ziet als je iemand
ontmoet.” “Maar je bent meer dan een gezicht",
zegt ze terwijl haar grote ogen de bezoeker indringend aankijken.
"Tijdens een gesprek verplaats je jezelf in de ander, en de
ander in jou. De één wordt de ander en de ander de
één, zonder de eigen identiteit te verliezen."
Haar portretten tonen kwetsbaarheid, tegelijkertijd gaat er kracht
vanuit de trefzekere wijze waarop De Haan ze schilderde. Er schuilt
iets van tragiek in, waarvan de oorzaak zich laat raden. "Dat
zo'n meisje zo'n duistere kant heeft, hoorde ik iemand opmerken",
vertelt De Haan. Ze combineert haar beeldende kunst met het maken
van illustraties. "Ik heb twee vakken. Met hart en ziel ben
ik illustrator. En in mijn werk als beeldend kunstenaar kan ik heel
mijn hart en ziel leggen."
Toch duurde het lang voordat ze met haar vrije werk naar buiten
trad. "Ik heb een opleiding tot illustrator gehad. Voor mij
is dat een toegepaste kunst, maar op de kunstacademie wordt er laatdunkend
over gedaan. Mag ik wel in een galerie hangen? Dat heb ik me lang
afgevraagd. Ik durfde niet met mijn vrije werk naar buiten te komen."
Gelukkig beantwoordde ze uiteindelijk zelf die vraag met 'ja'.
|
|
 |
|
|