| |
|
"De
Crabeths komen hoogst waarschijnlijk helemaal niet uit Gouda zoals
eeuwenlang is verondersteld, maar uit de buurt van Nijmegen".
Dat stelt Wim de Groot, restaurator van de cartons, de werktekeningen
van de Goudse glazen, en auteur van het boek 'Het Zevende Glas'
waarin hij aan de hand van een studie over het zogenaamde Koningsglas
in de Goudse Sint Janskerk (glas 7) dat door de Spaanse koning Philips
II aan Gouda werd geschonken in 1557, uitgebreid verhaalt over de
tijd waarin de goudse glazen werden gemaakt, de 16e eeuw.
Brief van de abt van Saint-Hubert
De Groot ontdekte in archieven een brief van Nicolas de Malaise,
abt van Saint-Hubert in de Ardennen, gericht aan Floris van Egmond,
stadhouder van Holland, Zeeland en Friesland, gedateerd op 3 december
1523. Floris van Egmond was graaf van Buren en pandheer van het
Land van Cuijk en de stad Grave. De abt verzoekt in de brief aan
Floris of hij clementie wil verlenen aan 'Wother de zoon van meester
Pieter de glazenmaker van Grave', omdat hij betrokken was geraakt
bij een dodelijk ongeluk. De Groot: "De toedracht is als volgt:
Eind 1522 vertrekt Wouter met het paard en de wagen van de abt naar
Grave, waar vader Pieter Crabeth 'van Cuijck glaesmecker woenende
totter goude in hollant' bezig is met de vervaardiging van glazen
voor de burcht van Floris. Het paard van Wouter had blijkbaar een
man gedood."
Ervaren glazeniers
Over
geboortejaar en plaats van Wouter Crabeth en zijn oudere broer Dirck
Crabeth zijn nooit sporen teruggevonden. De Groot voegt deze brief
bij wat al wel bekend was over de Crabeths en trekt conclusies:
"Volgens de brief is Wouter samen met zijn broer bezig glazen
te maken voor de kerk van de abt in Saint-Hubert. De leeftijd van
de gebroeders Crabeth die werd aangehouden, behoeft nu wijziging.
Het is niet precies bekend hoe oud je was als je in de 16de eeuw
begon te werken, maar men mag aannemen dat zij rond de twintig moeten
zijn geweest, toen zij in Saint-Hubert werkten en dat betekent dat
ze dus rond 1500 zijn geboren. Omdat vader Pieter Crabeth zich in
1511 vestigt in Gouda, zou dit betekenen dat zijn kinderen zijn
geboren in Cuijk, waar de familienaam veelvuldig opduikt in archiefstukken
uit die tijd. Toen Dirck en Wouter Crabeth vanaf 1555 in de Sint-Janskerk
aan de slag gingen, mag men aannemen dat zij overal hun sporen in
Europa hadden achter gelaten en dat zij als glazeniers zeer ervaren
waren. Hoewel wat aan gebrandschilderd glas over is uit de 16de
eeuw slechts gering is, laten de ramen in Gouda hierover geen misverstand
bestaan".
|
|
|
|
|
|
|
|