| |
|
Enkele
stukken plateel op de expositie 'De Kunstaardewerkfabriek van Ed Antheunis
te Gouda 1910-1933' zijn eigendom van Museum de Moriaan zelf. Het
museumhad deze stukken die uit de hele vroege periode van Antheunis
dateren, echter toegeschreven aan de plateelfabriek Zuid-Holland.
Hans Vogels van Museum de Moriaan vertelt hoe het misverstand is ontstaan:
"Het plateel van Antheunis werd gesigneerd met 'A.E. made in
Gouda Zuid-Holland'. Omdat we van het bestaan van Antheunis niet wisten,
meenden we dat deze exemplaren afkomstig waren van de plateelfabriek
Zuid-Holland, omdat 'Zuid-Holland' er zo groot op stond. En we dachten
dat de initialen A.E. verwezen naar de schilder van het decor".
Dat de Kunstaardewerkfabriek van Ed Antheunis aan de aandacht kon
ontsnappen, was ook omdat de naam Antheunis ook niet voorkomt in de
plateelboeken en documentatie uit die tijd. Vogels: "Blijkbaar
gingen ze niet vaak naar beurzen, en wisten ze niet de aandacht te
trekken van de vakpers. Daarvoor waren ze waarschijnlijk te klein.
Er zullen niet meer dan 30 of 40 mensen gewerkt hebben. En vergeet
niet dat je in die tijd overal in Nederland van dit soort kleine plateelfabriekjes
had".
Op
de expositie stonden enkele vazen met een decor dat nagenoeg gelijk
is aan decors die al bekend waren van andere plateelfabrieken. "We
weten dat Antheunis gevestigd is geweest in de Kuiperstraat, recht
tegenover de plateelfabriek Ivora en dit is een decor dat nagenoeg
gelijk is aan een decor van Ivora", wijst Vogels op kleine
vaasjes. Wie het ontwerp van wie jatte, is onbekend. Dat Antheunis
de gangbare trends in het Goudse plateel volgde is duidelijk, maar
men ontwikkelde ook een heel eigen richting, namelijk die van modellen
en decors naar het klassieke Griekse voorbeeld. Zo is het meest
karakteristieke plateel van Antheunis een serie sierlijke amfora's
met opmerkelijke, abstracte decors met zwart en bruinrode tinten,
versierd met speelse gele elementen. In een kleine vitrine is te
zien dat Antheunis ook niet schroomde om te experimenteren. Vazen
en kannen met een decor dat nog het meest weg heeft van een verschrikkelijke
bui met paarse en blauwe regen. "Dat is spuitglazuur",
legt Vogels uit. "Met deze kleuren is het een behoorlijk gewaagd
experiment".
Het
einde van Kunstaardewerkfabriek Ed Antheunis in 1933 is weerspiegeld
in enkele van de laatste exemplaren die de fabriek heeft gemaakt:
vazen zonder glazuur en die dus de glans van het echte plateel missen.
"Het was crisistijd en dus moest er gezocht worden naar een
goedkopere manier van produceren om ook goedkopere producten af
te leveren. Door niet te glazuren hoefde er maar één
keer gebakken te worden, in plaats van twee keer. De gebakken vaas
werd beschilderd met gewone plakkaatverf en daarna afgewerkt met
vernis. Maar het heeft niet mogen verhinderen dat Antheunis failliet
ging. Als bedrijf hadden ze niet de reserves die een Zuid-Holland
wel had om door de crisistijd heen te komen". |
|
Het
verleden van het Goudse plateel blijkt rijker dan gedacht. Naast de
bekende plateelfabrieken als de Zuid-Holland en Goedewaagen, bestond
er van 1910 tot 1933 ook de Kunstaardewerkfabriek van Ed Antheunis.
Maar deze naam was tot voor kort in de vergetelheid geraakt. In 2002
herintroduceerde een expositie met louter Antheunis-plateel in Museum
de Moriaan in Gouda de naam van Kunstaardewerkfabriek Ed Antheunis
definitief in de wereld van het plateel. De expositie was een initiatief
van verzamelaars die een collectie Antheunisplateel bij elkaar wisten
te brengen. |
|
|
|
|
|