Vergeten plateelfabriek in ere hersteld              
                   
    Marc Couwenbergh              
   
Enkele stukken plateel op de expositie 'De Kunstaardewerkfabriek van Ed Antheunis te Gouda 1910-1933' zijn eigendom van Museum de Moriaan zelf. Het museumhad deze stukken die uit de hele vroege periode van Antheunis dateren, echter toegeschreven aan de plateelfabriek Zuid-Holland. Hans Vogels van Museum de Moriaan vertelt hoe het misverstand is ontstaan: "Het plateel van Antheunis werd gesigneerd met 'A.E. made in Gouda Zuid-Holland'. Omdat we van het bestaan van Antheunis niet wisten, meenden we dat deze exemplaren afkomstig waren van de plateelfabriek Zuid-Holland, omdat 'Zuid-Holland' er zo groot op stond. En we dachten dat de initialen A.E. verwezen naar de schilder van het decor".
Dat de Kunstaardewerkfabriek van Ed Antheunis aan de aandacht kon ontsnappen, was ook omdat de naam Antheunis ook niet voorkomt in de plateelboeken en documentatie uit die tijd. Vogels: "Blijkbaar gingen ze niet vaak naar beurzen, en wisten ze niet de aandacht te trekken van de vakpers. Daarvoor waren ze waarschijnlijk te klein. Er zullen niet meer dan 30 of 40 mensen gewerkt hebben. En vergeet niet dat je in die tijd overal in Nederland van dit soort kleine plateelfabriekjes had".

Op de expositie stonden enkele vazen met een decor dat nagenoeg gelijk is aan decors die al bekend waren van andere plateelfabrieken. "We weten dat Antheunis gevestigd is geweest in de Kuiperstraat, recht tegenover de plateelfabriek Ivora en dit is een decor dat nagenoeg gelijk is aan een decor van Ivora", wijst Vogels op kleine vaasjes. Wie het ontwerp van wie jatte, is onbekend. Dat Antheunis de gangbare trends in het Goudse plateel volgde is duidelijk, maar men ontwikkelde ook een heel eigen richting, namelijk die van modellen en decors naar het klassieke Griekse voorbeeld. Zo is het meest karakteristieke plateel van Antheunis een serie sierlijke amfora's met opmerkelijke, abstracte decors met zwart en bruinrode tinten, versierd met speelse gele elementen. In een kleine vitrine is te zien dat Antheunis ook niet schroomde om te experimenteren. Vazen en kannen met een decor dat nog het meest weg heeft van een verschrikkelijke bui met paarse en blauwe regen. "Dat is spuitglazuur", legt Vogels uit. "Met deze kleuren is het een behoorlijk gewaagd experiment".

Het einde van Kunstaardewerkfabriek Ed Antheunis in 1933 is weerspiegeld in enkele van de laatste exemplaren die de fabriek heeft gemaakt: vazen zonder glazuur en die dus de glans van het echte plateel missen. "Het was crisistijd en dus moest er gezocht worden naar een goedkopere manier van produceren om ook goedkopere producten af te leveren. Door niet te glazuren hoefde er maar één keer gebakken te worden, in plaats van twee keer. De gebakken vaas werd beschilderd met gewone plakkaatverf en daarna afgewerkt met vernis. Maar het heeft niet mogen verhinderen dat Antheunis failliet ging. Als bedrijf hadden ze niet de reserves die een Zuid-Holland wel had om door de crisistijd heen te komen".

  Het verleden van het Goudse plateel blijkt rijker dan gedacht. Naast de bekende plateelfabrieken als de Zuid-Holland en Goedewaagen, bestond er van 1910 tot 1933 ook de Kunstaardewerkfabriek van Ed Antheunis. Maar deze naam was tot voor kort in de vergetelheid geraakt. In 2002 herintroduceerde een expositie met louter Antheunis-plateel in Museum de Moriaan in Gouda de naam van Kunstaardewerkfabriek Ed Antheunis definitief in de wereld van het plateel. De expositie was een initiatief van verzamelaars die een collectie Antheunisplateel bij elkaar wisten te brengen.          
                   
     Meer plateel ...    terug naar startpagina www.marccouwenbergh.nl