| |
|
Sinds
januari toert Boudewijn de Groot weer met een nieuw concert langs
de theaters, getiteld ‘Lage Landen’; en zo heet ook de
diezelfde maand uitgekomen cd. Beiden bevatten geen grote verrassingen,
of het moet zijn dat er ditmaal ook wat country- en westerninvloeden
in de zijn geslopen. Maar elk nummer is van gedegen kwaliteit, zowel
in tekst als muziek, en duidelijk herkenbaar als een typisch Boudewijn
de Groot nummer. De liedjes, goed verstaanbaar gezongen, prikkelen
steeds weer om te luisteren en maken nieuwsgierig naar hoe het verder
gaat. De melodieën zijn vlot met veelal een vleugje melancholie.
Maar in Lage Landen is ook de humor sterk vertegenwoordigd. In het
nummer Achter de Hemelpoort waarvan zowel tekst als muziek van De
Groot zijn, geeft die met ironie zijn visie op de huidige perikelen
rond religie. Maar in Lage Landen keert ook zijn overleden vriend
en vertrouwde tekstschrijver Lennaert Nijgh terug. Sonnet IV is een
vroeg Lennaert Nijgh gedicht uit de periode dat de twee nog op de
middelbare school waren. De Groot vond het in de nalatenschap van
Nijgh en besloot het op muziek te zetten. Het handelt, zoals zijn
meeste liedteksten, over de onbereikbare liefde. Het concert biedt
nog meer Nijgh, want voor het programma na de pauze put De Groot uit
zijn rijke verleden. En dat tot groot plezier van de zaal en niet
onterecht, want al die oude nummers vervelen nog lang niet. Temeer
omdat de band die De Groot meebrengt voor een fantastische begeleiding
zorgt. Daarin figureren meer grootheden uit de Nederlandse muziek
als Ernst Jansz en Jan Hendriks van Doe Maar, Jan de Hont die ooit
nog met Neerlands Hoop speelde. Minder bekend maar met een belangrijke
bijdrage is violiste Monique Lansdorp. Meerdere malen gaat ze met
Jansz boeiende duetten aan. Met Lage Landen bewijst Boudewijn de Groot
dat hij nog lang niet uitgezongen is.
|
|
|
|
|