Programmaboekje
Canterbury Tales |
|
Toneel
Voorstelling: ‘Canterbury Tales’
Door jongeren van het Jeugdtheaterhuis
Gezien: première 17 november in de Goudse Schouwburg
Nog te zien o.a. op 16 februari 2008 in Alphen. Tournee t/m 9 maart
2008
Natuurlijk
is een premièrepubliek minder kritisch dan een doorsnee zaal,
maar de bijval die ‘Canterbury Tales’ zaterdagavond
in de uitverkochte Goudse Schouwburg kreeg, was wel een heel opmerkelijke
explosie van enthousiasme. Het vuur waarmee de jonge cast van het
Jeugdtheaterhuis deze nieuwe familievoorstelling speelde, was overgeslagen
op het publiek. In reactie op de overweldigende ovatie stelde Theo
Ham, artistiek leider van het Jeugdtheaterhuis, voor: ,,Zullen we
nog één keer Bach dansen?” En zelden zal de
‘oude Bach’ en zijn eerste vioolconcert met zoveel enthousiasme
zijn onthaald. Waarbij aangetekend moet worden dat weinigen zich
überhaupt gerealiseerd hadden dat achter die wervelende dans
waaraan de gehele cast meedoet, deze componist uit de achttiende
eeuw schuil ging.
In de voorstelling ‘Canterbury Tales’ vertelt en speelt
het Jeugdtheaterhuis vijf verhalen uit het gelijknamige boek dat
Geofffry Chaucer schreef rond 1400. Het zijn verhalen die pelgrims
elkaar vertelden op hun tocht van Londen naar de kathedraal van
Canterbury. Heel verschillende verhalen, maar altijd gaan ze over
de minder goede eigenschappen van mensen, zoals ijdelheid en jaloezie.
Ook na 600 jaar is dat nog allemaal heel herkenbaar. Ook al omdat
Clara Linders de verhalen zo herschreef dat de oneliners over en
weer flitsen als in de beste komedie. De grappen liggen voor het
oprapen, maar zijn ook subtieler in tekst en spel verpakt. In de
meeste kluchtige scenes schetteren ongegeneerd de winden en suggereren
vrolijk wapperende lakens frivool liefdesspel. Maar er zijn ook
ingetogen momenten over verraad en dood, indringend weer gegeven
in één enkele heftige armbeweging in koud en grijs
licht. Voor ‘Canterbury Tales’ creëerden professionele
theatermakers het kader waarbinnen vervolgens de ongeveer veertig
jongeren de uiteindelijke voorstelling maken, die door hun inzet
sprankelt en zindert. Als publiek geniet je van natuurtalenten,
maar ook van leerlingen die in een gewone klas nauwelijks zouden
opvallen. Hun kick om voor een zaal van meer dan 800 man te schitteren,
straalt ook op het publiek af.
|
|
|
|