| |
|
Hooguit
de klassiek romantische landschapstaferelen met een groot meer omgeven
door bossen verraden dat de kunstenaars die momenteel in de Stadsgalerie
exposeren afkomstig zijn uit Zweden. Bij de overige werken is het
gissen naar de nationaliteit van de maker. Dat er zoiets als Zweedse
kunst zou bestaan, wijst Kim Stensland, voorzitter van de Huddinge
Konstnärsklubb uit Zweden ook resoluut van de hand. ,,Iedere
kunstenaar in het westen zou dit gemaakt kunnen hebben”, wijst
hij om zich heen naar het heel verschillende werk van 27 kunstenaars
van deze kunstenaarsclub uit Huddinge, een voorstad van Stockholm.
De schilderkunst, beeldhouwkunst, fotografie en installaties zijn
vertegenwoordigd.
Het initiatief voor de expositie kwam van Birgitta Sundström
Jansdotter, een Zweedse van geboorte, maar sinds 2001 woont en werkt
ze in Gouda. ,,De liefde heeft me hier gebracht”, lacht ze.
Birgitta is altijd lid gebleven van de Huddinge Konstnärsklubb,
maar hier werd ze ook onmiddellijk lid van de Regionale Kunststichting
Gouda die de Stadsgalerie beheert. ,,Ik ben ook meteen in de tentoonstellingscommissie
gekomen, ook al sprak ik toen nog geen Nederlands.” Ze benadrukt
dat de overstap van Zweden naar Nederland voor haar als kunstenaar
niet groot was, ondanks aanvankelijk het taalprobleem. ,,De taal
van de kunstenaars is universeel. Bovendien vinden Nederlanders
Zweden heel mooi.” In haar werk speelt emotie een grote rol.
Ze exposeert een groot schilderij onder de titel ‘Twins’
met twee nagenoeg identieke vrouwen. De een in een witte jurk, de
ander in het zwart. Birgitta concentreert zich vooral op de gezichten
in een heldere stijl die doet denken aan de betere striptekening.
Gezichten staan ook centraal in de duo-portretten van Margon Lindberg.
Ze fotografeerde het beroemde schilderij van het ‘Meisje met
de parel’ van Johannes Vermeer (1632-1675) en hing vervolgens
een zelfde oorbel met parel aan het oor van een vriendin; drapeerde
op gelijkwijze ook een sjaal om haar hoofd en maakte wederom een
portretfoto. Naast elkaar geven de beelden van het originele meisje
met parel en de hedendaagse een intrigerend vergelijk van de tijd.
Vermeers model zou zo vandaag kunnen leven. Hetzelfde deed Margon
ook met het schilderij uit 1433 ‘Man met rode tulband’
van Jan van Eyck (1390-1440), dat door sommigen voor een zelfportret
van de Vlaamse meester wordt gehouden.
De tijd is ook het centrale element in de installatie van Petter
Hellsing opgesteld in de kelder van de Stadsgalerie. Een bed met
kussens met daarop portretten van mensen geborduurd. Op de kap van
de staande schemerlamp is in zwart en wit een half vergane zolder
te zien. ,,Vlakbij waar ik woon staat een oud vervallen huis”,
vertelt Petter. ,,Het is door brand half verwoest en de sneeuw valt
door de gaten in het dak op de zolder. Het is nu een spannende speelplek
voor kinderen en zwervers vinden er onderdak. Mij inspireert het
omdat het een beeld van de tijd geeft. Het huis draagt nog te sporen
van een rijk leven dat er vroeger geleefd is. Als je ouder wordt,
moet je besluiten welke herinneringen je mee wilt nemen, welke je
liever kwijt raakt.” ,,Dit zijn mijn vrienden”, wijst
hij op de portretten op de kussens. ,,Allemaal mensen die goed voor
mij zijn.”
|
|
|
|
|